Haag toepassen

In de eerste plaats is een haag als levende omheining van een lapje grond toe te passen. De haag wordt geplant langs de grenzen van de tuin. En vormt zo de 'wanden' van de tuinkamer. Er ontstaat letterlijk een soort kamer onder voorwaarde dat de hoogte van de haag tot boven ooghoogte uitgroeit. Blijft of wordt de haag lager gehouden dan ooghoogte, dan is de werking ervan minder ruimtelijk. Een lage haag is als het ware een schotje in de ruimte maar formeert geen ruimte. Ruimtelijk gezien dus een essentieel verschil. Een combinatie ervan namelijk een hoge haag langs de begrenzingen van de tuin en ergens in de ruimte van de tuin een lage haag vergroot opties gezien de ruimtelijke werking ervan: de tuin lijkt groter dan ze in werkelijkheid is, zoals in onderstaande voorbeelden is te zien.

Beplantingsvakken

Een andere veel toegepaste vormgeving met haagjes is de opsluiting van kleine beplantingsvakken. Veel wordt hiervoor de randpalm (Buxus sempervirens) toegepast. Heel goed is een zelfde effect te bereiken met o.m. lavendel (Lavandula angustifolia), tijm (Thymus serphyllum) of heiligenbloem (Santolina chamaecyparissus). Prachtige voorbeelden van het gebruik van hagen in hoogten zijn te zien in monumenten van de baroktuinkunst. In Nederland is daarvan de voormalige paleistuin van Het Loo een voorbeeld, in Frankrijk de tuinen van Versailles, in Denemarken de tuin bij het kasteel Egeskov en in Duitsland bij Hannover de tuin van Herrenhausen. Het fraaie van hagen is ook dat in de winter het frame en het lijnenspel, ook al ligt er sneeuw, prachtig afleesbaar is. De heldere, strakke lijnen vormen een soort reliëf in het smetteloze wit van een met sneeuw overdekte tuin.